schapen met hoeders in het ZieltalDONDERDAG 27 JULI

Lodner Hütte-Johannesschartl (2854m)-Stettiner Hütte (2875m)

De Lodner Hütte is een relatief kleine hut, die beide dagen (over-)vol is, maar wel heel gezellig. Tenzij je met een groot gezelschap bent, is de kans op een 'prive-tafel' niet aanwezig en dat maakt dat we leuke gesprekken hebben met mede-wandelaars over de gemaakte tochten. De tweede avond treffen we weer een tweetal (vader en dochter) dat de overgang over het Johannesschartl heeft gedaan. Hun klim- en wandelervaring lijkt meer aan te sluiten bij die van ons en we vragen hen honderduit. Hun verhalen komen overeen met die van het stel gisteravond en bovendien hebben ze ook verse informatie over de Hohe Wilde: geen sneeuw en ijs meer, licht handen- en voetenwerk en een enthousiast verhaal met prachtige topfoto's op het display van de digitale camera. Gezien het weer, dat minder stabiel lijkt te worden, willen we eigenlijk best morgen al bij de Stettiner Hütte zijn, want zo'n uitzicht willen wij ook wel! Dat betekent dus toch over het Schartl. De spieren zijn niet aan het protesteren, de conditie voelde vandaag goed, ik denk maar even niet aan mijn knieën en we hebben eigenlijk veel zin om het gewoon te gaan doen. We zien op dit moment vooral op tegen het klimmen met de gevulde rugzak, maar aan de andere kant: echt zware 'afzien-tochten' hebben we nog niet gehad en alleen door de grenzen op te zoeken leer je ze kennen. Bovendien geldt nog steeds: we kunnen altijd terug (hoewel het Notlager in de gang ons niet bijzonder trekt...).

Zieltalblik op Kleine Weisse

We vertrekken pas tegen negenen, omdat ik meer dan een half uur bezig ben om telefonisch contact te krijgen met de de hutten waar we na de Stettiner willen overnachten. Het weer is zoals de vorige dagen: stijgingswolken in een blauwe lucht bij een temperatuur van een graad of 20 om half negen, met een verwachting van regen en onweer in de avond.

We lopen eerst door het dal van de Zielbach in de richting van de Lodner. Die berg steekt goed zichtbaar af tegen de overige bergen in de Texelgroep, omdat hij opvallende zwarte strepen heeft, die schuin door het overigens witte gesteente lopen. We hebben hem vanaf elke top die we tot nu toe deden gezien en zijn nu onderweg naar de voet. Kleine WeisseVolgens de kaart moet zich daar ook nog een gletsjer bevinden, maar daar hebben we niet al te veel fiducie in. Het Zieltal is hier redelijk smal en het is een mooie wandeling in de nog frisse ochtendlucht. Het stijgen gaat heel geleidelijk en we merken het nauwelijks. Nadat we de steeds smaller wordende Zielbach twee keer zijn overgestoken, blijkt dat deze toch uit de resten van een gletsjer in de noordwestwand van de Lodner ontspringt. Er ligt nog een ijsvlek, met stenen er overheen. De steenkom die is ontstaan aan de voet van de Lodner en de Kleine Weisse steken we over en we zien naast de Kleine Weisse al de smalle inkeping in de rotsen waar we overheen moeten.

Steile steengoot

Het is bijna niet te geloven dat het mogelijk is de steile steengoot die er naar toe loopt te belopen... Maar we voelen ons goed, de wandeling heeft tot nu toe geen energie gekost en vol goede moed stappen we het steeds steiler wordende rotspad op, dat 25 meter onder de Scharte overgaat in nog steiler Geröll. M. voelt zich wat minder zeker dan ik op dit terrein, maar hij slaat zich er dapper doorheen en bij de steilste stukken (althans, de meeste ervan...) is er weer hulp van kettingen. Het is zwaar, maar eigenlijk gaat het best lekker. De rugzak hindert me minder dan ik van tevoren had gedacht; ik heb hem stevig tegen mijn rug aangetrokken en een beetje extra gewicht kan op deze kiezels helemaal geen kwaad.

blik op het Zieltal door het JohannesschartlHet Johannesschartl is met recht een Schartl, een kleine Scharte. De insnijding in de rotsen is nog geen twee meter breed en er is bovenop geen sprake van een vlak stukje, het gaat eigenlijk meteen weer naar beneden. Het is even steil als aan de andere kant, met fijner Geröll over stukken rots, maar wel consequenter afgezekerd. We dalen langzaam af, zoveel mogelijk de rotsen gebruikend om onze voeten op te zetten. Het tempo ligt laag, omdat er voor ons een driemanschap loopt dat op de klim naar boven een minder prettige ervaring had. De ervaren, maar jonge knul met twee minder ervaren meiden hadden we in de hut al gesproken. Hun plan was om de overgang naar de Stettiner Hütte te maken en diezelfde middag nog de Hohe Wilde te beklimmen. Maar tijdens de klim door het losse gesteente aan de nu andere kant van de Scharte, greep een van de twee meiden op een ongezekerd stuk een rotsblok dat los liet en ze gleed achterover vijf meter naar beneden. Gelukkig had ze een helm op, omdat ze de overgang als een klettersteig benaderen, maar de schrik zit er goed in. De jongen vraagt ons of we dicht achter ze aan willen klimmen, om hen wat vertrouwen te geven mocht dat nodig zijn, zodat hij hen voor kan gaan. Door het telkens omhangen van de karabiners aan de ketting gaat het al niet zo snel, maar het tempo wordt vooral gedrukt door de onzekerheid bij de meiden. Toch brengen ze het er goed vanaf, helemaal onbekend is zulk terrein duidelijk niet voor ze.

Achteraf denken we dat het waarschijnlijk makkelijker geweest was om de rotswand en de kettingen te laten voor wat ze waren en midden door het Geröll af te dalen, maar aangezien dat toch geen dagelijkse kost is voor ons (sterker nog: we hebben nog nooit zo'n lang stuk zo steil door kiezel gelopen) blijven we liever dicht bij de rotswand.

Puinkomin de puinkom van de Hohe en Kleine Weisse

Wanneer we de afdaling van de Scharte achter de rug hebben, kijken we om ons heen: we bevinden ons in een kom die omgeven wordt door de Kleine en de Hohe Weisse, helemaal gevuld met puin en rotsblokken. We zien her en der wat sneeuwveldjes en gletsjerresten tegen de rotswanden geplakt zitten, in het midden ligt een klein meertje. Wat gesteente betreft is het hier een klein paradijsje: graniet, kwartsen, flinke glimmerplaten, grijs en groenig basalt-achtig gesteente, kalk, marmer: alles ligt hier door elkaar. M. heeft het niet zo op het maanlandschap dat zich onder onze voeten uitstrekt, maar ik geniet met volle teugen, wat zou ik graag beter onderlegd zijn wat gesteentes betreft!

We hebben geluncht op de 'bodem' van de kom, om krachten op te doen voor de laatste etappe. Het is warm, tegen de 30 graden (op 2600 meter!) en van wolken is weinig te zien. We hebben ons doel al sinds de overgang over de Scharte in het vizier, het Eisjoch. Vlak daaronder ligt de hut, eenmaal op het Joch zit je al bijna aan je biertje. Erachter verheft zich brokkelig en donker de Hohe Wilde, met recht een wilde berg, ik kijk er met licht ontzag naar, terwijl ik van steen naar steen spring. Vlak onder de pas nog een klein klauterstukje (ja, weer kettingen, die ook M. nu links laat liggen) en dan staan we boven. We zijn apetrots, het is gelukt!

de Stettiner Huette vanaf het EisjochDe Stettiner Hütte valt eerst wat tegen. Het is bloedheet op het terras, de zon schijnt er vol op en van parasols heeft men hier niet gehoord. De hut is nieuw en groot, met kamers met stapelbedden. We nemen twee onderste bedden naast elkaar (we zijn weer de eersten op de kamer) en gaan dan naar het terras, waar we het vanwege de hitte en de priemende zon bijna niet uithouden. M. ziet het even niet meer zitten en stelt voor om morgen na de beklimming van de Hohe Wilde direct naar de hut te gaan. Ik heb echter helemaal geen zin om de moeizaam voor elkaar gekregen reserveringen weer te gaan veranderen en houd mijn poot stijf. Ook een minder prettige hut went vast wel, denk ik bij mezelf. En dat blijkt ook zo te zijn. Want als de dagjesmensen eenmaal weg zijn en de zon ook, blijkt de sfeer in de hut, met in de bediening louter tieners, eigenlijk heel gezellig te zijn. Zou dat ook een beetje te maken hebben met de Schnapps van het huis na het eten?

-->vervolg

<--terug naar de inhoudsopgave

(Copyright van de foto's: Nans)