Ik heb niet zo goed geslapen. Aan de hoogte alleen zal het niet liggen, we zijn al zo lang hoog aan het klimmen, maar de combinatie met de inspanning van de afgelopen dag en het toch wel spannende vooruitzicht van de Hohe Wilde maakt toch dat ik onrustig slaap en regelmatig even wakker wordt. Om even voor zevenen stappen we uit bed en maken ons in orde. We willen op tijd weg zijn, want de weersverwachting meldt vroeg onweer. Er is voor het eerst muesli bij het ontbijt, dat is alvast een meevaller, want ik doe het op muesli beter dan op boterhammen. Ik zie vooral op tegen het laatste stuk, omdat ik niet goed weet wat ik daar kan verwachten. Moeilijker dan wat we gisteren deden zal het niet zijn, maar toch: een uitglijer in de geul van gisteren had ons hardhandig op onze billen naar beneden doen roetsjen, maar met redelijke kansen op niet al te heftig letsel. Een uitglijer vandaag, eeh, nou ja, daar moet ik op zo'n graatje toch echt niet aan denken.
Om acht uur staan we buiten, blauwe lucht boven ons hoofd, met ook nu weer stijgingswolken. We hebben de huttenwaard netjes nogmaals naar het weerbericht gevraagd, dat is niet veranderd: 's morgens goed, vroeg in de middag bewolking met mogelijk onweer. We hebben de regenjassen weer ingepakt, het fototoestel hangt om mijn taille en daar gaan we.
Eigenlijk wandel je voortdurend over een graat, die echter wel behoorlijk breed is. Het pad is goed en we lopen in een prettig tempo. In de verte klinkt het geluid als van een aggregaat, maar dat blijkt even later een boor te zijn: drie mannen zijn bezig om het pad te onderhouden, wat een luxe!
Na een half uurtje stijgen begin ik de hoogte te merken en stel ik mijn tempo een flink stuk naar beneden bij om mijn ademhaling rust te gunnen. M. neemt de rugzak over en ik vind een nieuw, goed ritme. Boven M.'s hoofd doemt in een zadel de rand van de gletsjer op die vanaf daar Oostenrijk in 'valt'. Moeten we daar overheen? Maar op het zadel stop ik spontaan met ademhalen, ongelooflijk, wat een machtig gezicht! We staan bovenaan de Langtaler Ferner, de eerste gletsjer die ik van bovenaf zie. Wat zeg ik, de eerste gletsjer die ik überhaupt van dichtbij zie!
We zien ons pad verder gaan aan de overkant van een drie meter lange, vuilwitte, horizontale vlek. Dit is de bovenkant van de gletsjer, anderhalve meter breed voordat hij de diepte in duikt. Ik vertrouw het zaakje voor geen centimeter en ben al helemaal bereid om hier te stoppen. Ik zie onze voeten al wegglijden in en over dat richeltje bevroren sneeuw en stenen lostrappen met welke we over het gletsjerijs het Oetztal in razen, of beter gezegd de eerste de beste spleet (die van hieruit goed zichtbaar is...). Maar M. kent het klappen van de zweep en voor ik er erg in heb, heeft hij de vijf stappen over het vuile ijs gezet en vervolgt zijn weg over de roestkleurige stenen van de graat in de richting van de klauterpartij die ons naar de top moet brengen. Voorzichtig zet ik mijn voet op het ijs en hevel mijn gewicht over. Ha, er gebeurt niets! De volgende stappen zet ik met beduidend meer vertrouwen, het blijkt makkelijker dan lopen op de puntige stenen en als je je voeten goed neerzet, zou je wel heel veel moeite moeten doen om nog uit te kunnen glijden.
Nu begint het leuke werk. Een half uurtje klauteren langs en over rotsen, niet echt moeilijk en zelfs op een enkele plaats (daar waar je vlak langs de rotswand moet, met aan de linkerkant tientallen meters afgrond) weer beveiligd met touwen. Het verbaast me wel een beetje, want andere plekken, die zeker zo lastig zijn, zijn niet afgezekerd. Wellicht heeft het ook met de ijzige condities te maken die hier nog tot in de zomer kunnen heersen; wanneer er ijs op de rotsen ligt, of verse sneeuw, wordt dit een klim die bepaald minder plezierig is en misschien dat zich dat juist op de plekken met touw goed laat voelen.
Om tien over half tien bereiken we de top, we zijn een minuut of tien alleen boven en genieten enorm van de stilte, het uitzicht en gewoon het feit dat we er zijn. We zitten op 3481 meter, maar het is er maar liefst 17 graden en de zon is sterk. Pas als deze voor even achter een wolk verdwijnt, hebben we voor het eerst deze vakantie de al zo vaak omhoog gesleepte jassen nodig. Het is uitzicht is prachtig, met alleen over de Dolomieten een heiige nevel en verder stapelwolken die nu eens hier en dan daar over een hoge top heen hangen.
Achter ons komt een gids omhoog met vier klanten. Ze waren vijf minuten voor ons vertrokken, maar we hebben ze ingehaald, omdat ze zich halverwege hebben ingebonden, waarschijnlijk om alvast te oefenen voor het vervolg van de tocht: een klim over de smalle noordgraat in de richting van de iets lagere noordtop en dan verder over de gletsjer voor een overnachting in Oostenrijk. Ik maak een foto van hun groep en een van de deelnemers maakt een foto van ons. De gids wijst de hoge Oostenrijkse toppen aan: Similaun, Hintere Schwärze, Weisskugel. Aan de andere kant zien we de inmiddels bekende toppen van de Texelgroep. We twijfelen even over Tschigat en (Lazinser) Rötelspitze, kun je die laatste nu wel of niet zien vanaf hier? Eindelijk zien we ook de Texelspitze, de naamgever van de groep, die tot nu toe steeds verborgen was gebleven achter het Roteck of de Zielspitze. Na drie kwartier beginnen we aan de afdaling. Ik heb de rugzak weer overgenomen en zoek met veel plezier de beste plekken om mijn voeten neer te zetten. Achter ons verdwijnt de top in de nevelflarden.
-->vervolg
(Copyright van de foto's: Nans)