We zijn weer op het Eisjoch, maar dit keer blijven we niet staan om van het uitzicht te genieten. Genieten is überhaupt niet het goede woord voor wat we hier aan het doen zijn. We hulden ons tien minuten geleden in al het warms dat we mee hadden, zelfs mijn handschoenen heb ik aangetrokken. Het is half één in de middag en de thermometer wijst negen graden aan. Bovendien regent het al de hele ochtend. We hebben een eenvoudige etappe voor de boeg, vier uur dalen over uitstekende paden. We hebben de ochtend in de Stube doorgebracht, in de hoop dat de regen op wil houden. Maar het lijkt Engeland wel: het miezert maar door. Na de lunch, die we nog in de hut gebruiken, zijn we toch maar op weg gegaan en als we over het Eisjoch zijn, wordt het weer toch nog beter. De regen houdt op, de temperatuur stijgt en de bewolking stijgt met de temperatuur mee. Het Pfossental ontvouwt zich voor ons en is werkelijk prachtig. Het dal is smal en wordt aan beide kanten begrensd door steile wanden, met geulen waar veel water vanaf komt, dat naar het riviertje stroomt dat het Pfossental doorsnijdt. Achter ons (en we kijken regelmatig om) zijn Hohe Weisse, Kleine Weisse, Eisjoch en ook Lodner en Hohe Wilde regelmatig te zien, ondanks de wolken die nog steeds over het Eisjoch hangen. We zien ook heel duidelijk het Johannesschartl; dat ziet er vanaf hier wel bijzonder steil en onvriendelijk uit!
We hebben geen idee naar wat voor hut we gaan. Hij staat wel op de kaart genoemd, maar in geen van onze gidsjes stond een telefoonnummer. De hut heeft dan ook geen telefoon, maar bleek de overnachtingen te regelen via een andere hut in het Pfossental. De hut van onze eerste keuze was volgeboekt voor de zaterdagavond, de tweede hut die we op het lijstje hadden staan ook en zo kwamen we aan een reservering in Mitterkaser. De wandeling er naar toe blijft schilderachtig mooi, van de rotsachtige omgeving rond het Eisjoch komen we op de almen en nog wat later zien we sparren en lariksen en lopen we door het bos. Wat is dit een prachtig dal, we raken er niet over uitgepraat.
Bij Mitterkaser worden we welkom geheten door een authentiek ogende bergboer, een gezette vijftiger met grijze haren, een dito baard en een stevig Tirols accent. Hij gaat ons voor een oude houten trap op en we moeten flink bukken, het is hier maar anderhalve meter hoog! De boerderij blijkt uit de 13e eeuw te stammen, met hier en daar een moderne toevoeging, zoals licht en stromend water. In de Stube is een prachtige haard, die buiten de Stube gevoed wordt en binnen in de Stube zijn warmte verspreidt. Je kunt er boven liggen, doordat daar een bedstee-achtig bed is gebouwd. Alles ademt authenticiteit hier, als me verteld was dat de bankjes waarop we zitten 200 jaar oud zouden zijn, zou ik dat direct geloofd hebben.
In de hut is nog een gezelschap, zes vrienden/collega's uit de omgeving van Garmisch die ieder jaar in de buurboerderij een paar dagen doorbrengen en dit jaar hier logeren omdat de buurhut vol was. De waard blijkt Sepp te heten, dat draagt mooi bij aan ons Heidi-gevoel. Boter, kaas, eieren en spek komen van rond de boerderij en we eten heerlijk, want Sepp kan uitstekend koken. De vriendengroep is tamelijk on-Duits excentriek, maar wel erg gezellig, zeker na een aantal Schnapps (die Sepp natuurlijk ook zelf stookt, hij schenkt er eentje die gemaakt is met lariksknoppen!). We slapen in met koeiengeklingel, het lijkt hier wel een klein paradijsje.
-->vervolg
(Copyright van de foto's: Nans)