Het heeft vannacht niet geregend en dat is bijzonder prettig, want onder mijn tent lag geen extra zeiltje. Bij nat weer slaat het grondzeil van onze tent wat door, waardoor het kil wordt in de tent en ik koude voeten krijg wanneer ik een beetje naar beneden glijd van mijn matje af. De tour de France is gisteren begonnen en zal vandaag door Hotton komen. Hij wordt rond half twee verwacht. Om de voorbereidingen voor de doorkomst te vermijden, staan we vroeg op, we ontbijten en breken de tenten af en kunnen om half tien vertrekken naar de rotsen.
We beginnen vandaag op de Pousse Cafe, die ken ik nog van de vorige keer. Ik mag hem voorklimmen van M., maar ik laat dat toch liever aan hem over, ik weet nog hoe lastig ik hem vond in maart. Het blijkt dat ik inmiddels toch wel wat truukjes heb leren beheersen die deze route makkelijker maken dan toen. Het afduwen van mijn handen en het hangen aan de rand van de spleet voelt nu als een min of meer gewoon bewegingspatroon. Toch vind ik het een zware route, ik vraag 1 keer een blok om mijn armen even rust te gunnen. Ik klim hem daarna rustig uit, val niet en M. merkt op dat ik hem dus ook had kunnen voorklimmen. Hmm.
Om voor te klimmen pakken we de Elephant (geloof ik, ik heb geen topo om het te controleren), een route die ik nog niet had geklommen, maar die ik gemakkelijk aan kan. Setjes aan mijn gordel, haken zoeken en daar ga ik weer. Boven aangekomen maak ik mijn standplaats en zet de karabiner voor het zekeren vast aan een veel te lange schlinge, wat me bijna mijn rug kost. Weer wat geleerd. We klimmen bovenaan gekomen verder langs de grillige rotsen boven de olifants- en giraffeneieren. In Engeland zouden ze dit 'scrambling' noemen, er zijn maar een paar stukjes zo steil dat er een haak zit. M. legt wat nutjes en friends, meer voor de leuk en de kennismaking voor mij dan omdat dat echt nodig is. Ik heb de nuttenfrutter mee om ze er weer uit te halen. Leuke stukjes rots en van bovenaf een aardig uitzicht over de Ourthe en de weg aan de overkant, waar de tour langs zal komen. Nadat we wat gegeten hebben, besluiten we nog een rotsje op te schuiven; eerst abseilen langs al die richeltjes en daarna, nog steeds boven de eieren, een stukje opzij weer omhoog. Ik vind het beginnetje nog even lastig en pak een detour door de lage meidoornbegroeiing, ik durf net niet de pas gewoon te wagen in het kader van 'dan val ik maar'. Boven zijn de bomen ons zekeringspunt en we hebben een goed uizicht over het dalletje, waar aan de overkant van de Ourthe al allerlei mensen een plekje hebben gezocht om de tourrenners te verwelkomen.
Om kwart over één rijdt er een auto met luidspreker langs. We hebben besloten om de gebeurtenissen af te wachten vanaf ons prachtige uitzichtspunt. Als we hadden geweten dat tussen de grootste bubs van de reclamekaravaan en de renners een gat zit van zo'n drie kwartier, dan hadden we nog even wat geklommen tussendoor, maar nu zaten we melig te worden onder een boom in de miezerregen (eindelijk was dan de voorspelde regen gekomen), terwijl we ons afvroegen wat al die auto's en motoren toch tussen de reclame en de renners te zoeken hebben. Dan kwam er weer een politiemotor, een paar minuten later twee auto's met oranje knipperlichten, dan weer vier politiebusjes met blauwe zwaailichten, weer een paar auto's, paar motoren, maar renners ho maar. Als er uiteindelijk een auto verschijnt met rode vlaggen, lijkt het ons dat er nu toch echt renners op komst moeten zijn, maar het duurt nog eens tien minuten voordat er eindelijk een klein groepje renners voorbij snelt, met een minuutje later het peloton. Dat lijkt trouwens op teevee veel groter dan vanaf tweehonderd meter afstand.
Hierna seilen we ab van de inmiddels glibberige rots en we houden het klimmen vanwege de regen verder voor gezien. Het was prachtig om vanaf zo'n hoog plekje dat hele tour-circus langs te zien komen, ook al kostte het ons wat klimtijd. Gelukkig hebben we toch een goed deel van de dag kunnen klimmen, omdat we vroeg van de camping vertrokken zijn. Ik heb me alweer opgegeven voor een volgend weekend.
(Copyright van de foto's: P. Moors)